12 januari 2021

Weerstand tegen wind organiseren met valse argumenten

Er is commotie ontstaan op IJburg over windmolens, naar aanleiding van het opstellen van de regionale energiestrategie (RES). Amsterdam is net als alle andere gemeenten in Nederland bezig met het bepalen van zoekgebieden: gebieden waarin alle belanghebbenden denken dat er ruimte kan zijn voor opwekking van duurzame energie uit wind en/of zon. Dit proces is landelijk afgesproken na overleg met heel veel partijen en vastgelegd in het klimaatakkoord. Een belangrijk punt daarin is dat de inwoners inspraak krijgen bij het bepalen van de ruimte die men wil geven voor duurzame energiebronnen in de regio. Die inspraak loopt nu, in het RES-proces. Daarin worden zoekgebieden besproken met veel partijen, waaronder uiteraard ook de inwoners, maar ook natuurorganisaties, vissers, vogelaars: iedereen die in de regio actief is. En na het opstellen van de concept strategie met zoekgebieden, zal de gemeenteraad hier ook nog eens haar zegje over mogen doen.

In Amsterdam op IJburg schoot een groep inwoners helaas direct in een “loopgravenoorlog”. Inwoners die zich zorgen maken over hun uitzicht en het geluid van windmolens. Ze erkennen gelukkig wel dat windmolens nodig zijn, maar willen die niet in hun regio hebben. Hun zorgen zijn begrijpelijk en spelen op veel plekken zodra windmolens ter sprake worden gebracht. Er werd een actiegroep opgericht die direct begon met verspreiden van desinformatie over de RES en over windenergie en die betrokkenen betichtte van winstbejag. Terwijl ze openlijk toegeven dat het ze enkel gaat om hun uitzicht en de angst dat windmolens veel geluid produceren. Ze zijn zelfs trots dat ze NIMBY genoemd worden: Not In My BackYard. Een van de aanwezigen bij een protestactie riep letterlijk “zet ze maar buiten de gemeentegrenzen dan heeft niemand er last van”.


Deze groep vergeet gemakshalve dat er landelijke en regionale regels zijn voor de plaatsing van windmolens. Overeengekomen tussen partijen die ze willen plaatsen en exploiteren en organisaties die de inwoners vertegenwoordigen. Opgesteld op basis van de vele ervaringen en wetenschappelijke onderzoeken die gedaan zijn. Er zijn normen voor geluid, voor slagschaduw, er moet voor het verkrijgen van de vereiste vergunningen onderzocht worden wat het effect zal zijn op de natuur in de omgeving (vogels, vleermuizen, vissen, etc.). Een windmolen zet je niet zomaar ergens neer, dat vraagt jaren voorbereiding en allerlei onderzoeken. Waarbij tegenwoordig de regio zelf ook betrokken wordt en direct (financieel) voordeel kan krijgen van die molen(s).

De groep uit zijn zorgen naar mijn mening dan ook op de verkeerde plek: de inspraakavonden over de RES zijn daarvoor de juiste plek. Maar vooral uit de groep zijn zorgen op een kwalijke manier, namelijk door het verspreiden van desinformatie. Onjuiste cijfers, gemanipuleerde beelden en geluidsfragmenten, ongepubliceerd onderzoek en zelfs beweringen die aantoonbaar onjuist zijn. Nog kwalijker is dat als de groep daarop gewezen wordt, ze die personen de mond snoeren. Door voorstanders van wind bewust niet uit te nodigen voor zijn “openbare” overleggen, dezen te blokkeren op social media en door berichten te verwijderen als de discussie daaronder ze niet welgevallig is. En ondertussen werken de media mee aan het “circus” dat ze optuigen door berichten van de groep zonder verificatie over te nemen en de groep keer op keer een podium te geven waarop ze zijn desinformatie kan verspreiden.

Als we nog enige kans willen maken om de 1,5 graad opwarming van de aarde te voorkomen, dan moeten we nu stappen gaan zetten. Dan helpt het niet om te zeggen “zet windmolens maar ergens anders neer”, want dat roept nu iedereen. “Doe maar zon op daken van de ander”, “zet die windmolens maar bij de buren of op zee”. Ook daar gelden echter bezwaren. Het klimaatprobleem lossen we ook niet op door het te verschuiven naar een ander. Het klimaatprobleem is van ons allemaal en moeten we samen oplossen.

Het laaghangende fruit is geplukt, we zullen nu de lastigere plekken moeten gaan benutten. Dan helpt het niet om te roepen “ik ben te kort, ik kan niet helpen”. Dan helpt het om in actie te komen, een ladder te pakken en samen te komen tot een werkbare oplossing. Niet tegenwerken en blokkeren maar meewerken, samen, in de regionale energiestrategie.

7 januari 2021

Milieuclubs roepen banken op niet te investeren in biomassa

Milieuorganisaties Comité Schone Lucht (Amsterdam-IJburg), MOB (Johan Vollenbroek) en Leefmilieu (Maarten Visschers) roepen Nederlandse banken op niet langer te investeren in biomassacentrales die hout verbranden. Die methode om warmte en elektriciteit op te wekken is volgens de actiegroepen schadelijk voor het milieu en de biodiversiteit. 

In hun brandbrief aan Rabobank, ING, SNS Bank en duurzame kredietverstrekkers Triodos en ASN roepen de milieuorganisaties op om een onmiddellijke beëindiging van investeringen in biomassaverbranding en financiering van kolencentrales. Ook dringen ze erop aan dat de banken informatie over hun investeringsbeleid in biomassa openbaar maken. Onder andere willen de milieuorganisaties dat de namen bekend worden van kolen- en biomassacentrales en ook hun toeleveranciers waarin de banken geld steken.

Rabobank liet in een reactie al weten de mening van de milieuorganisaties te delen dat deze wijze van houtverbranding niet duurzaam is. Om die reden verstrekt de bank geen leningen aan grootschalige kolencentrales voor het gebruik van palmolie of houtpellets.

1 juli 2020

Vattenfall kreeg op het nippertje € 396 miljoen subsidie toegezegd. MOB roept kabinet op bouw BMC's te voorkomen

Mobilisation for the environment (MOB) deed vandaag de volgende oproep aan het Kabinet en minister Wiebes: 
Zorg ervoor dat de nog te bouwen biomassacentrales in Diemen, Purmerend, Waddinxveen, Zwolle en andere locaties niet meer doorgaan. Dat spaart meer uit dan € 1 miljard, is goed voor het klimaat, worden er geen bomen meer verstookt en verbetert onze luchtkwaliteit. Van dat geld kan aan de zorg een verhoging van het salaris worden betaald.

Definitieve SER advies moet nog concreter
Gisteren is het concept advies van de SER betreffende biomassa uitgelekt. Alhoewel het een stap in de goede richting is vinden wij dat het advies concreter van inhoud dient te zijn.

Motie stopzetting nieuwe subsidies biomassaverbranding
In een brief van 30 mei 2020 aan de SER hebben wetenschappers, buitenlandse bosbeschermingsorganisaties, bewonersorganisaties en enkele landelijke milieuorganisaties nadrukkelijk aangegeven dat subsidie voor verbranding van biomassa per direct moet stoppen.
De Tweede Kamer heeft op 30 juni de motie Sienot aangenomen waarin nieuwe subsidies voor de bijstook van houtige biomassa in kolencentrales per onmiddellijk worden stopgezet. Nieuwe subsidies voor verbranding van houtige biomassa in warmtecentrales voor warmtenetten worden afgebouwd. De motie geeft echter geen einddatum voor het stoppen van nieuwe subsidies voor warmtecentrales aan. Er is alleen een afbouw aangekondigd, evenwel zonder eindjaar.
Dit zou kunnen betekenen dat de bouw van de 120 MW Vattenfall biomassacentrale in Diemen nog door kan gaan. Vattenfall heeft hiervoor op het nippertje € 396 miljoen subsidie toegezegd gekregen. 

Eindjaar afbouw biomassasubsidies biomassacentrales
In de najaarsronde van 2019 is voor bijna € 1 miljard aan subsidie voor biomassaverbranding toegekend. De voorjaarsronde 2020 wordt nu verwerkt. Minister Wiebes dient ervoor te zorgen dat in deze ronde al geen subsidies meer worden verstrekt.

Ook toegezegde subsidies intrekken
Van belang is om óók de reeds toegezegde subsidies voor biomassaverbranding in te trekken. Daarbij zijn twee situaties te onderscheiden:
  1. Indien de warmtecentrales nog niet zijn gebouwd, dan moeten subsidies in overleg worden ingetrokken onder vergoeding van gemaakte kosten voor engineering, bouwvoorbereiding, etc. Die ontwerpkosten bedragen slechts een fractie van de daadwerkelijke bouw- en exploitatiekosten.
  2. Bij reeds toegezegde subsidies voor biomassacentrales die al gebouwd zijn,  dient overleg plaats te vinden over intrekking van subsidie met schadevergoeding.  Dergelijk overleg dient ook plaats te vinden voor de bijstook van biomassa in de vier kolencentrales.
  3. Indien het budget voor een toegezegde subsidie niet tijdig is opgemaakt dient geen verlenging te worden vergeven van de termijn zoals nu gebruikelijk is.
Emissienormen van biomassacentrales zijn veel te ruim en in strijd met de wettelijke verplichting tot toepassing van Best Beschikbare Technieken.
Wat betreft de bestaande biomassacentrales dienen emissienormen aangescherpt te worden. De norm voor stofuitstoot dient maximaal 2 mg/Nm3 en voor stikstofoxiden (NOx) maximaal 70 mg/Nm3.

Johan Vollenbroek
MOB (mobilisation for the environment)

12 juni 2020

Wat is er nou eigenlijk mis met biomassa?

Dit artikel gaat over verbranding van houtige biomassa (ook wel bekend als "pellets"). De biomassa die de laatste tijd veel in het nieuws is, is namelijk "het verbranden van houtige biomassa", ook wel bekend als "thermische conversie van vaste biomassa" of "vaste biomassa warmte". Er zijn ook andere vormen van biomassa en andere vormen van conversie. Die kennen hele andere voor- en nadelen. Daarover gaat dit artikel niet.

Er zijn veel biomassacentrales en -ketels (zie uitleg onderaan dit artikel) in aanvraag/bouw/productie. Dat heeft zo zijn redenen:
  1. In het klimaatakkoord is afgesproken om de uitstoot van CO2 flink te verminderen. De Europese Unie heeft in de Renewable Energy Directive (RED) bepaald dat de uitstoot van CO2 bij het verbranden van biomassa niet meegeteld hoeft te worden (Bijlage V C.13 van de RED). De redenatie is dat de herplant van bomen weer zorgt voor opname van de uitgestoten CO2. Daarover hieronder bij nadelen meer.
  2. Aardgas halen we uit de bodem, waar het in de afgelopen miljoenen jaren gevormd is uit biomassa. De CO2 daarin zit dus opgesloten in de aarde en komt niet in de lucht als we dat aardgas laten zitten.
  3. Aardgas en kolen in de grond laten zitten kan alleen als we een alternatief hebben voor aardgas. Biomassa is zo'n alternatief. Dus stimuleert de overheid het toepassen van biomassa middels subsidies (o.a. de SDE(+(+))).
Wat is er met biomassa(-centrales) mis:
  1. Biomassa stoot bij verbranding meer CO2 uit dan kolen en gas. Hoeveel precies, dat hangt af van allerlei zaken: vochtgehalte van de biomassa, kwaliteit van de verbranding etc. Grofweg stoot verbranding van biomassa 2 keer meer CO2 uit dan de verbranding van gas voor de opwek van een gelijke hoeveelheid energie (in Joule).
  2. Biomassa stoot bij verbranding naast CO2 ook nog andere broeikasgassen en gevaarlijke stoffen uit: stikstof, fijn stof, furanen, dioxinen, zware metalen. Ook hier weer: hoeveel is afhankelijk van diverse factoren: kwaliteit van de verbranding, kwaliteit van de filters etc.
  3. Biomassa mag je volgens de in Nederland geldende regels alleen duurzaam noemen als het aan allerlei eisen voldoet. Probleem daarvan is echter dat die eisen alleen voor Nederland gelden. Daarbuiten worden die duurzaamheidseisen vrijwel niet nageleefd. Van biomassa uit het buitenland kun je dan ook lastig vaststellen of dat wel duurzaam is. Het toezicht daarop is minimaal.
  4. Biomassa is, als het goed is, resthout: hout dat niet gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld de bouw (balken), papier, plaatmateriaal etc. Vaak wordt dan genoemd "tak en tophout" (zeg maar de dunne delen van de boom waar je geen balken van kan maken) en zaagsel (restanten van het verzagen van stammen tot balken en plaatmateriaal). Dat resthout kun je echter ook anders gebruiken dan verbranden (zie de ladder van Lansink). Je kunt het in de natuur laten liggen, waar het voeding is voor de bodem van het bos en waar de CO2 veel langzamer (in een periode van ongeveer 10 jaar) vrij komt dan bij verbranding. Je kunt het gebruiken voor voeding daar waar er een tekort aan natuurlijke materialen is. Biomassa verbranden staat bijna onderaan de
    nuttige toepassing van hout. Ook het PBL kwam in 2016 al tot de conclusie "Vanwege de beperkte beschikbaarheid van biogas en vaste biobrandstoffen is het verstandig deze schone energiebronnen te reserveren voor toepassingen met weinig alternatieve schone brandstoffen ( Ros & Schure 2016)"
  5. Biomassa produceert hoge temperatuur warmte. Te hoog voor de verwarming van woningen. De warmte wordt onderweg naar de woningen dus weer afgekoeld. Door de hoge temperatuur is er meer verlies gedurende het transport (het verschil in temperatuur met de omgeving is hoog, waardoor het verlies navenant hoger is). Tot wel 55% van de energie gaat zo verloren. Er moet dus 55% meer biomassa verbrand worden dan dat er aan energie in de woningen nodig is.
  6. Biomassa heeft een veel lagere energiedichtheid dan gas en kolen (en veel andere brandstoffen). Je hebt er dus meer van nodig om evenveel energie te produceren.
  7. Naast de nadelen van biomassa zelf zijn er ook nadelen van kleine biomassaketels. Deze hoeven namelijk niet te voldoen aan uitstooteisen. En omdat dit soort ketels vaak in de gebouwde omgeving staan, tussen woningen, is het gevaar dat mensen dat fijn stof inademen juist groter. Van fijn stof is bekend dat het levensgevaarlijk is.
  8. Pellets komen vaak uit het buitenland, want in Nederland is domweg te weinig "rest-'hout om alle biomassacentrales en -ketels te laten branden. In het buitenland is veel verzet tegen de houtwinning daar. Hele dorpen komen in verzet, ondanks dat er mensen uit die dorpen werk door krijgen. Hun leefomgeving wordt namelijk volledig vernietigd. En daar zijn ze niet blij mee.
  9. Warmtenetten zijn alleen rendabel als er grote hoeveelheden woningen op aangesloten zijn. Dat komt omdat de kosten van aanleg hoog zijn. Daarom worden warmtenetten vaak pas aangelegd als een hele wijk of enkele wijken op dat net worden aangesloten. Elk pand dat er niet op aangesloten wordt, betekent minder inkomsten voor de exploitant. Die exploitant is altijd een commercieel bedrijf, aangezien de aanleg van warmtenetten niet door de overheid gereguleerd wordt. Dit in tegenstelling tot de aanleg van elektriciteits- en gasnetten. De exploitant van een warmtenet heeft dus een monopoliepositie. Veel mensen die zijn aangesloten op warmtenetten klagen dan ook over de hoge kosten. Maar je aansluiting opzeggen betekent ook dat je hoge kosten moet maken.
  10. Warmtenetten gevoed door biomassa zijn hoge temperatuur netten. Het aansluiten van andere bronnen daarop is ten eerste voorbehouden aan de exploitant (dat commerciële bedrijf). En ten tweede kunnen lage temperatuur bronnen zoals restwarmte van datacentra daar niet op aangesloten worden. De temperatuur van die warmtebron zou dan eerst aanmerkelijk verhoogd moeten worden en daarna bij het afgiftepunt (de woning) weer verlaagd. Dat geeft zoveel verlies dat het niet rendabel te maken is.
  11. Jonge bomen nemen veel minder CO2 op dan oude bomen. Je kunt een gekapte boom vervangen door een jonge boom te verplanten, maar het duurt vele jaren voordat die nieuwe boom net zoveel CO2 opneemt als de gekapte boom. Om direct een CO2 balans te krijgen, zou je voor elke gekapte boom veel meer jonge bomen moeten herplanten. Dat gebeurt niet.
  12. Nog een argument tegen warmtenetten is dat het door de hoge temperatuur van die warmte, niet nodig is om de woning goed te isoleren. In feite werkt een hoge temperatuur warmtenet de verduurzaming van het woningbestand dus tegen.
Uitleg van begrippen:
  1. Een (biomassa-)"ketel" is een verbrandingsoven, zeg maar een grote allesbrander of kachel. Een ketel onderscheidt zich van een centrale doordat een ketel direct levert aan panden, zonder tussenkomst van een openbaar warmtenet. Een biomassacentrale, zoals die door Vattenfall in Diemen gebouwd wordt, levert de warmte aan een warmtenet die het over langere afstanden transporteert naar panden.
  2. Een pellet is een stukje geperst hout en ziet er uit als droog caviavoer. Iets heel anders dus dan een pallet: zo'n houten frame waar stenen e.d. op vervoerd worden.